Huissense Kloppenburg-DNA --- De prehistorie en de Saxsons
"Aangezien autosomaal genetisch materiaal door recombinatie in steeds kleinere en willekeurige brokken wordt doorgegeven, kan een specifieke genealogische voorouder al na enkele generaties geen aantoonbaar autosomaal DNA meer hebben bijgedragen aan een nakomeling. Hoe verder we teruggaan, hoe groter het aantal genealogische voorouders wordt van wie geen herkenbaar DNA meer aanwezig hoeft te zijn. Na enkele eeuwen is een familiestamboom daarom steeds meer een genealogische, sociaal-culturele en historische verbondenheid, en steeds minder een rechtstreeks aantoonbare genetische band."
***
Autosomaal DNA en Y-DNA: Ter verduidelijking van het genealogisch onderzoek van de Huissense Kloppenburg familie, is het belangrijk onderscheid te maken tussen genealogische afstamming en genetische afstamming.
Een persoon kan aantoonbaar een rechtstreekse voorouder zijn, terwijl er tegenwoordig geen herkenbaar autosomaal DNA meer van die persoon aanwezig is. Omgekeerd bewijst een DNA-overeenkomst op zichzelf niet dat een specifieke historische persoon de voorouder is.
Bij iedere generatie wordt het DNA opnieuw gecombineerd (recombinatie). Daardoor wordt de hoeveelheid DNA die je van een specifieke voorouder erft gemiddeld steeds kleiner. Bovendien wordt het DNA in willekeurige stukken doorgegeven.
Daarom kan een specifieke genealogische voorouder na enkele generaties geen aantoonbaar autosomaal DNA meer hebben bijgedragen, terwijl die persoon genealogisch nog steeds een echte voorouder is. Autosomale DNA-tests zijn vooral nuttig voor:
het vinden van genetische familieleden;
het onderzoeken van relatief recente familieverbanden;
het onderzoeken van verschillende takken van de familie;
het schatten van genetische afkomst.
Voor genealogische verwantschappen zijn autosomale DNA-tests doorgaans het meest bruikbaar binnen ongeveer 5–7 generaties.
Y-DNA is daarom bijzonder geschikt om een directe mannelijke familielijn over zeer lange perioden te onderzoeken. Het kan aanwijzingen geven over een paternalistische afstammingslijn die duizenden jaren teruggaat. In tegenstelling tot autosomaal DNA verandert Y-DNA relatief langzaam. Daardoor kunnen bepaalde mutaties en haplogroepen over vele generaties worden gevolgd.
Autosomaal DNA → een mengsel van vele familietakken
Y-DNA → één directe vader-op-vaderlijn -- mtDNA → één directe moeder-op-moederlijn
Kenmerk |
Autosomaal DNA |
Y-DNA |
|---|---|---|
Overerving |
Van moeder én vader |
Van vader op zoon |
Chromosomen |
22 paren (1–22) |
Y-chromosoom |
Onderzoekt |
Veel takken van de familie |
Eén directe vader-op-zoonlijn |
Belangrijk voor |
Familieleden en recente afkomst |
Diepe vaderlijke afkomst |
Verandert |
Sterk door recombinatie |
Relatief langzaam |
Bereik |
Vooral recente generaties |
Kan duizenden jaren teruggaan |
Geeft informatie over |
Beide kanten van de familie |
Alleen de directe mannelijke lijn |
Waarom genealogische afstamming en DNA uit elkaar kunnen lopen: Het aantal genealogische voorouders neemt bij iedere generatie theoretisch snel toe:
1 generatie terug: 2 ouders
2 generaties: 4 grootouders
9 generaties: theoretisch 512 voorouders
Maar van al deze voorouders hoeft niet noodzakelijk DNA aanwezig te zijn.
Door recombinatie wordt het erfelijke materiaal bij iedere generatie opnieuw verdeeld. Een voorouder kan daardoor na voldoende generaties nog steeds een aantoonbare voorouder zijn, maar toevallig geen autosomaal DNA meer aan een nakomeling hebben doorgegeven.
Dit betekent ook dat men niet moet zeggen dat alle voorouders na negen generaties uit het DNA verdwenen zijn. Het gaat om de individuele voorouder: de kans wordt steeds groter dat een bepaalde voorouder geen aantoonbare autosomale bijdrage meer heeft. Negen generaties is geen harde grens, maar een illustratie van het toenemende verschil tussen genealogische en genetisch aantoonbare afstamming.
Stel dat uit archiefonderzoek overtuigend blijkt dat iemand die rond 1700 leefde een rechtstreekse voorouder is. Dan blijft die genealogische afstamming bestaan, ook wanneer er vandaag geen enkel herkenbaar autosomaal DNA-fragment van die persoon meer aanwezig is. Daarom geldt:
*
Geen
DNA-overeenkomst betekent niet dat er geen genealogische afstamming
bestaat.
*
Een
DNA-overeenkomst bewijst op zichzelf niet dat een specifieke
historische persoon je voorouder was.
Maar het omgekeerde is eveneens belangrijk:
DNA-onderzoek en archiefonderzoek vullen elkaar dus aan, maar hebben ieder hun eigen mogelijkheden en beperkingen.
Conclusie:
Hoe verder we teruggaan in de tijd, hoe groter het verschil wordt tussen onze genealogische Huissense Kloppenburg stamboom en het DNA dat we daadwerkelijk van die voorouders hebben geërfd.
Een historische voorouder kan dus een werkelijke biologische voorouder zijn zonder dat er tegenwoordig nog herkenbaar autosomaal DNA van die persoon in ons aanwezig is. Daarom wordt een familiestamboom naarmate we verder teruggaan steeds meer een combinatie van:
genealogische verbondenheid + sociaal-culturele verbondenheid + historische verbondenheid en steeds minder een rechtstreeks aantoonbare genetische band.
Voor een historisch genealogisch project zoals dat van de Huissense Kloppenburgs betekent dit; dat een goed onderbouwde archiefmatige afstammingslijn haar historische waarde behoudt, ook wanneer die lijn niet meer door autosomaal DNA kan worden bevestigd.
***
De prehistorische paternale migratie van de J-PF7413-lijn
De directe vaderlijke lijn van deze Kloppenburg familie behoort tot Y-DNA haplogroep J-PF7413, een tak van de oude J2a-familielijn. De volledige genetica-route is:J-M304 → M172 → M410 → CTS7683 → L26 → Z6064 → Y6858 → Z6061 → Z6057 → Y7011 → SK1359 → PF7416 → SK1363 → BY759 → PF7413
Dit vertegenwoordigt een ononderbroken genetische lijn van vader op zoon die duizenden jaren teruggaat. Elke SNP markeert een mutatie die is geërfd door alle latere mannelijke afstammelingen.
Van prehistorisch West-Eurazië naar Europa
De diepste oorsprong van deze familielijn behoort tot oude J2a-populaties in West-Eurazië. Tegen de tijd dat de lijn SK1363 bereikte, ongeveer 9.000 jaar geleden, waren verwante takken aanwezig in Zuidoost-Europa, de Balkan en het Egeïsche gebied.
De lijn ontwikkelde zich vervolgens via BY759 en uiteindelijk tot PF7413. Genetische schattingen plaatsen de scheiding van de BY759-voorouder rond 3250 v.Chr., terwijl de meest recente gemeenschappelijke voorouder van bekende PF7413-takken wordt geschat op ongeveer 2400 v.Chr., tijdens de bronstijd.
De huidige PF7413-stamboom toont minstens vier grote afstammingslijnen:
J-Z28527 - J-FTA15008 - J-FT223150 - J-FTA30345
Binnen J-Z28527 tonen de resultaten van FamilyTreeDNA verdere vertakkingen, waaronder:
J-Z35779 - J-FT40500 - J-Z35780
Deze takken tonen aan dat de vaderlijke populatie van PF7413 zich vervolgens heeft gediversifieerd in verschillende afzonderlijke lijnen.
Bewijs uit oud DNA (aDNA)
Onderzoek naar oud DNA heeft verwante takken van de bredere BY759/PF7413-familie geïdentificeerd in de Egeïsche Zee, het Griekenland uit de bronstijd en Sicilië. Dit levert archeologisch-genetisch bewijs dat deze paternale populatie deel uitmaakte van prehistorische migraties door Zuidoost-Europa en het oostelijke Middellandse Zeegebied.
Dit moet niet zo worden geïnterpreteerd dat de latere familie Kloppenburg Grieks was. Deze genetische takken zijn duizenden jaren ouder dan moderne naties, achternamen en etnische identiteiten. Het bewijs wijst in plaats daarvan op een diepe prehistorische Mediterrane en Europese oorsprong.
Het waarschijnlijke beeld op de lange termijn
In vereenvoudigde vorm kan de paternale geschiedenis daarom als volgt worden weergegeven:
Oud West-Eurazië → Zuidoost-Europa / Balkan → Egeïsch en oostelijk Middellandse Zeegebied → Bronstijd BY759 → PF7413 → Diversificatie in Europese en Mediterrane takken → Verspreiding naar West- en Centraal-Europa → ... uiteindelijk de vaderlijke lijn vertegenwoordigd door deze Kloppenburg familie
Het laatste deel van deze reis moet nog genetisch worden aangetoond. Er zit een gat van duizenden jaren tussen de PF7413-voorouder uit de bronstijd en de eerste gedocumenteerde Kloppenburger.
Wat dit betekent voor het onderzoek naar Kloppenburg
Het DNA geeft ons dus de diepe prehistorische achtergrond van de vaderlijke lijn van Kloppenburg. Het wekt sterk de indruk dat onze directe mannelijke voorouders behoorden tot een oude J2a-populatie die door West-Eurazië, Zuidoost-Europa en de Egeïsche/Mediterrane wereld trok voordat hun afstammelingen zich wijder over Europa verspreidden.
Het vertelt ons echter nog niet precies wanneer de paternale lijn van Kloppenburg in Noord-Europa is aangekomen. Dat is de volgende belangrijke onderzoeksvraag. Het identificeren van een jongere SNP onder PF7413, evenals het bepalen van de ouderdom en geografische verspreiding daarvan, zou de prehistorische genetische geschiedenis potentieel kunnen verbinden met de veel latere geschiedenis van de familie Kloppenburg.
In één zin: De J-PF7413-lijn vertegenwoordigt de overlevende tak van een zeer oude paternale J2a-lijn die gevolgd kan worden vanuit prehistorisch West-Eurazië door Zuidoost-Europa en de Egeïsche/Mediterrane wereld tijdens het neolithicum en de bronstijd, voordat de afstammelingen zich over Europa verspreidden en uiteindelijk de vaderlijke lijn van de historische familie Kloppenburg vormden.
****************************
- De Chauci en de vorming van de Saxons -
De Chauci (Latijn: Chauci, Duits: Chauken) waren een belangrijk oud-Germaans volk dat vanaf de late 1e eeuw v.Chr. tot ongeveer de 3e eeuw n.Chr. in het kustgebied van de zuidelijke Noordzee leefde. Hun kerngebied lag in het noordwesten van het huidige Duitsland, ongeveer tussen de Eems, Wezer en Elbe, met uitlopers richting Oost-Friesland en het noordoosten van het huidige Nederland.
De Chauci waren waarschijnlijk geen immigranten uit een ver verwijderd stamgebied. Alles wijst erop dat zij zich plaatselijk ontwikkelden uit de oudere Germaanse bevolking van het Noordzeegebied. Zij maakten deel uit van een bredere Noordzeegermaanse wereld waarin ook de Friezen, Saksen, Angelen en Juten leefden. De grenzen tussen deze bevolkingsgroepen waren in de oudheid waarschijnlijk veel minder scherp dan de namen van de stammen doen vermoeden.
Geografische woongebied: De Romeinse schrijvers maakten onderscheid tussen twee groepen Chauci. De Chauci Minores (Kleine Chauci) woonden vooral ten westen van de Wezer, tussen de Eems en de Wezer. De Chauci Maiores (Grote Chauci) bevonden zich voornamelijk ten oosten van de Wezer, tussen de Wezer en de Elbe. Hun gebied omvatte delen van het huidige:
- Oost Friesland
- Oldenburg
- Cloppenburg
- Bremen
Nedersaksen
Het gebied tussen Eems en Wezer
Het noordelijke kustgebied richting de Elbe.
Dit gebied was grotendeels laaggelegen en werd regelmatig bedreigd door overstromingen vanuit de Noordzee. De bevolking bouwde daarom kunstmatige woonheuvels, de zogenaamde terpen of in Duitsland Wurten, waarop boerderijen, mensen en vee tijdens hoogwater beschermd waren.
De samenleving was sterk gebaseerd op veeteelt, visserij, zoutwinning en landbouw, maar de ligging aan de Noordzee maakte de Chauci ook tot bekwame zeevaarders.
Contact met het Romeinse Rijk: De Chauci kwamen aan het einde van de 1e eeuw v.Chr. voor het eerst duidelijk in beeld in de Romeinse bronnen. Tijdens de campagnes van Drusus rond 12–11 v.Chr. en later onder Tiberius kwamen zij rechtstreeks in contact met Rome.
Hun verhouding tot Rome was niet voortdurend vijandig. Sommige Chauci werkten als bondgenoten of hulptroepen voor de Romeinen, terwijl andere groepen zich tegen Rome verzetten.
Na de vernietiging van drie Romeinse legioenen onder leiding van Arminius in 9 n.Chr. tijdens de Slag in het Teutoburgerwoud kwam er een einde aan de Romeinse poging om het gebied ten oosten van de Rijn permanent te beheersen. De Chauci maakten deel uit van de complexe politieke situatie waarin verschillende Germaanse groepen hun positie tegenover Rome bepaalden.
In de daaropvolgende eeuwen werden de Chauci ook bekend om hun zeevaart en aanvallen langs de Noordzeekust. In de 1e eeuw n.Chr. waren er Chauci-aanvallen op gebieden die onder Romeins bestuur stonden, waaronder delen van Gallia Belgica. De Romeinen beschouwden hen daardoor als een belangrijke maritieme macht.
Tacitus over de Chauci: De Romeinse geschiedschrijver Tacitus gaf de Chauci rond 98 n.Chr. in zijn Germania een opvallend gunstige beschrijving. Hij beschouwde hen als een groot en krachtig volk dat zijn aanzien niet alleen door geweld maar ook door rechtvaardigheid wist te behouden.
Tacitus beschreef hen als een volk dat in staat was snel een leger bijeen te brengen wanneer dat nodig was, maar dat tegelijkertijd niet voortdurend op oorlog uit was.
Deze beschrijving moet uiteraard worden gezien binnen het literaire en politieke perspectief van Tacitus. Zijn Germania was geen moderne etnografische studie. Toch bevestigt zijn verslag dat de Chauci in de 1e eeuw n.Chr. als een belangrijke Germaanse bevolkingsgroep werden beschouwd.
De Chauci en de vorming van de Saksische wereld: In de 1e en 2e eeuw n.Chr. breidden de Chauci hun invloed uit. Daarbij kwamen zij onder andere in aanraking met de Ampsivarii langs de Eems.
Vanaf ongeveer de 3e eeuw veranderde de politieke en etnische structuur van Noordwest-Europa ingrijpend. De oude stamidentiteiten werden minder duidelijk en grotere politieke verbanden ontstonden.
In deze periode verdwijnt de naam Chauci geleidelijk uit de historische bronnen, terwijl de naam Saksen steeds belangrijker wordt.
Het is echter te eenvoudig om te zeggen dat: Chauci → Saksen
De bevolking zelf hoeft niet verdwenen te zijn. Een waarschijnlijker mogelijkheid is dat een deel van de oudere Chauci-bevolking werd opgenomen in nieuwe regionale en politieke verbanden, waaronder de zich uitbreidende Saksische wereld. Ook andere bevolkingsgroepen, waaronder Friezen en verschillende Germaanse groepen in het gebied tussen Rijn, Eems en Wezer, zullen hierbij een rol hebben gespeeld.
De Chauci kunnen daarom het best worden gezien als een van de bevolkingscomponenten van de oudere Noordzeegermaanse wereld waaruit later onder andere de Saksische samenleving voortkwam.
De mogelijke betekenis voor de oorsprong van de Kloppenburgs: Hier wordt de geschiedenis van de Chauci interessant voor het onderzoek naar de Kloppenburgs uit Crapendorf (het latere Cloppenburg).
Crapendorf/Krapendorf ligt in het huidige Nedersaksen en maakte in de vroege middeleeuwen deel uit van de Oudsaksische wereld. De plaats wordt in de bronnen in de 9e eeuw genoemd en bevond zich in het gebied van de Lerigau, een district in het vroegmiddeleeuwse Saksen.
Daarmee ontstaat een interessante geografische en historische verbinding:
↓
Chauci en verwante kustbevolkingen
↓
veranderende Germaanse bevolkingsstructuren
↓
Saksische wereld
↓
Lerigau
↓
Crapendorf/Krapendorf
↓
Cloppenburg
↓
latere Kloppenburg/Cloppenborgh-families
Dit is echter geen bewezen genealogische afstammingslijn.
Er is momenteel geen bewijs dat de Kloppenburgs rechtstreeks van de Chauci afstammen. Een dergelijke conclusie zou honderden jaren en vele generaties overslaan waarvoor geen genealogische bronnen beschikbaar zijn.
Wat wél historisch aannemelijk is, is dat de bevolking van het gebied rond het latere Cloppenburg deel uitmaakte van een veel oudere Noordwest-Duitse bevolkingscontinuïteit, waarin de oude Noordzeegermaanse bevolking uiteindelijk werd opgenomen in de Saksische wereld.
Crapendorf als mogelijke schakel: De geografische ligging van Crapendorf is daarbij bijzonder interessant. Het gebied lag niet geïsoleerd, maar maakte deel uit van oude verbindingen tussen de Eems, de Wezer, het Noordzeegebied en het westelijke Duitse en Nederlandse rivierengebied.
Vanuit dit perspectief kan men de geschiedenis van de Kloppenburgs mogelijk beter begrijpen als onderdeel van een veel bredere noordwest-Europese bevolkings- en migratiezone:
↓
Oost-Friesland en Saksisch Noord-Duitsland
↓
Cloppenburg / Crapendorf
↓
Eemsgebied
↓
Liemers / Nederrijn
↓
Huissen
Dit sluit aan bij de bredere Kloppenburg-hypothese dat de latere familie in het gebied van de Liemers en Huissen niet noodzakelijk een volledig lokale oorsprong had, maar mogelijk deel uitmaakte van oudere bevolkingsbewegingen langs de Nederrijn en de verbindingen tussen Noord-Duitsland en Nederland.
Een historisch verdedigbare onderzoeksvraag: Waren de Kloppenburgs afstammelingen van de Chauci? De vraag kan op basis van de huidige gegevens niet bevestigend worden beantwoord. Een veel interessantere en historisch beter verdedigbare vraag is:
Hoe verhield de bevolking van het gebied rond het latere Cloppenburg en de Nederrijn/Liemers zich tussen ongeveer 200 en 800 n.Chr. tot de opeenvolgende Friese, Saksische en Frankische bevolkings- en cultuurgebieden?"
Die vraag maakt het mogelijk om de geschiedenis van de Kloppenburgs te onderzoeken zonder een onbewezen directe afstamming te veronderstellen.
Voorlopige conclusie:
De Chauci waren waarschijnlijk een inheemse Noordzeegermaanse bevolking van het gebied tussen Eems, Wezer en Elbe. Hun cultuur en bevolking stonden dicht bij die van de Friezen, Saksen en andere Noordzeegermaanse groepen. Vanaf de 3e eeuw veranderde de politieke en etnische structuur van het gebied en verdween de naam Chauci geleidelijk, terwijl de Saksische identiteit belangrijker werd.
Het is daarom historisch plausibel dat bevolkingsgroepen met Chauci- of andere Noordzeegermaanse voorouders uiteindelijk hebben bijgedragen aan de bevolking van het latere Saksische gebied rond Crapendorf/Cloppenburg.
Maar een directe Chauci → Kloppenburg-afstamming is vooralsnog niet aangetoond.
Voor het Kloppenburg-onderzoek is vooral de mogelijke Noordzee–Eems–Cloppenburg–Nederrijn/Liemers-verbinding interessant. Deze kan in principe worden onderzocht met archeologische gegevens, middeleeuwse plaats- en persoonsnamen, historische migratiepatronen en uiteindelijk de oudste beschikbare genealogische bronnen van de familie.



Comments
Post a Comment